Het claviorganum

Een onbekend toetsinstrument staat sinds 200 jaar weer in de belangstelling.
Het claviorganum, ook wel klavierorgel, clavecimbaalorgel of clavecimbel-met-orgel-in-de-voet genoemd, is een instrument waarbij eenvoudig de eigenschappen van het pijporgel (grondtonig en constante klanksterkte) en het clavecimbel (helder, maar snel afnemend in klanksterkte) met elkaar zijn gecombineerd.
De ruimte onder het clavecimbel biedt de mogelijkheden om hier balg, windlade en pijpen te plaatsen. Dat het om een combinatie van twee reeds bestaande instrumenten gaat, blijkt ook wel uit de benamingen: beide instrumenten worden soms apart omschreven of er wordt een nieuwe naam bedacht waarin de bestanddelen ‘clav’ en ‘org’ terugkomen.
Bij het vergelijken van verschillende beschrijvingen van claviorgana valt ook op dat er geen twee aan elkaar gelijk zijn. Het clavecimbelgedeelte kan voorzien zijn van één of twee 8-voetregisters, luitregister en eventueel een 4-voet; het orgelgedeelte kan varieëren van een enkele 8-voet fluit tot een compleet concertorgel met 8-voet-, 4-voet-, 2-voet- en
1-voetregisters, vulstemmen als sesquialter en mixtuur enz. Bovendien kunnen deze registers nog gedeeld zijn in Bas en Discant. Door de klavieren van beide instrumenten aan elkaar te koppelen ontstaat zo een bijna eindeloze reeks van mogelijke klankkleuren.
Het lijkt er soms op dat juist dit aspect een belangrijk motief is om een dergelijk instrument te bouwen of te bezitten.
De constructie is per instrument, afhankelijk van het aantal orgel- en clavecimbelregisters, behoorlijk divers. Het clavecimbel is wel steeds boven op het orgel geplaatst en kan gekoppeld worden aan het onderliggende orgelklavier. De stekers onder de toetsen van het orgelklavier zijn   verbonden met de ventielen in de windlade.clavorg 7
Deze ligt recht onder het klavier en voorziet de pijpen van de benodigde winddruk. Kleinere pijpen zijn chromatisch rechtop achter de stekers opgesteld; grotere pijpen passen liggend links onder het clavecimbel, dus parallel met de langste snaren.
De windvoorziening geschiedde vroeger met één of meer voettreden, die door de speler of door anderen bediend werden. Hedendaagse instrumenten kunnen voorzien zijn van een electrisch aangedreven motor, zoals bij een kistorgel.
clavorg 6

De vroegste claviorgana dateren uit de 16e eeuw;
tot in het begin van de 19e eeuw is er sprake van combinaties van orgel, clavecimbel en forte-piano. Het clavecimbelgedeelte wordt eind 18e eeuw langzamerhand verdrongen door de pianoforte.
Hieronder volgen enkele citaten uit oude krantenedities:

Uit De Amsterdamsche Courant:

6 april 1780
R.Steenbergen‚ Makelaars‚ 7 en 8 april‚ Inboedel‚ …een fraaije Clavecimbaal, zynde een Staartstuk met twee Clavieren, door J.Rukkers, kunnende van onderen tot een Orgel dienen, het Deksel fraai beschilderd door P.P.Rubbens.

2 december 1758
Men is van meening op Donderdag den 7 December, voormiddags ten 12 uuren binnen de stad Leyden ten huize van Pieter Assendelft, Mr. Orgel en Clavecimbaalmaaker, woond op de Turfmarkt, publiquelyk te verkopen, een extraord. Fraay Clavercimbaal, voorzien met 3 registers, met een zeer konstig geinventeerd Orgel daar onder, zynde het Orgel voorzien met de volgende Registers als, onder Quintadena, boven Prestant 4 voet, Fluyt 4 voet, Gemshoorn2 voet, Sexquialter regterhand; mitsgaders nog een Clavecordium. De voorschreeve beyde Instrumenten kunnen dienzelve morgen aldaar worden gezien.

13 maart 1753
Uyt de hand te koop een KerkOrgel, lang Clavier, met elf Registers,
En agt voet Toon, als meede een Clavercimbael, zynde een staertstuk, lang Clavier, en 3 Registers, met een Orgel aen malkander, met zeve Registers, agt voet Toon, is daegelyks te zien; te bevragen by de makelaer Bartolomeus Sligtenhorst te Amsterdam.

9 december 1779
Dirk Hibbeler in de Elanstraat, tusschen de Konijne en Haazestraaten, naast een Wieldraaijer te Amsterdam, presenteerd uit de hand te Koop; een extra fraai Orgel, met een Clavecimbaal daarboven, en 2 Clavieren, van C tot F. het Orgel heeft de volgende Registers: Holpijp 8 vt., Prestant 8 vt., Discant. Fluit 4 vt., Octaaf 2 vt., ‚het Clavecimbaal heeft 3 Reg., kan ieder op zig zelfs en zamen gespeeld worden. Dagelyks te zien en te Examineren.

25 mei 1805
Veiling op de N.Z.Voorburgwal 215 agter het Stadhuis‚… en een extra welluidend en konstig bewerkt ClavierCimbaalOrgel, kunnende te samen en ieder afzonderlijk bespeeld worden‚…

22 juli 1775
uit de hand te Koop, een extra fraai konstig en weergaloos compendieus Clavecimbaalorgel, met een verrukkelijk Fortepiano, Welke in ’t geheel beide tegelijk of ieder byzonder, of maar ’t half Clavier van elk kan gespeeld worden behalven ’t Forte Piano Clavecimbaal, zyn in ’t Orgel 5 Regist‚…

Uit De Haarlemse Courant:

17 augustus 1666
daer is een seer schoon orgel te koop met 8 registers, en een deftige Clavecimbael, daer men met sijn tween kan op speelen, ghemaeckt van den ouden Andreas Ruckers, met een schoon Stuck Schildery daer op; het Orgel is seer schoon van binnen, en van buyten vergult, staet tot Monsr. Strick, in de Nieuwe Doelen, tot Delft; die er gadinge in heeft, kan het daer komen te sien: De Orgel en Clavecimbael konnen gelijck gespeelt werden.

(Bron: Het Nederlandse huisorgel in de 17de en 18de eeuw/dr. Arend Jan Gierveld -1977/Vereniging voor Nederlandse muziekgeschiedenis)

Er zijn aanwijzingen dat Händel met het claviorganum bekend is geweest en in zijn orgelconcerten en oratoria de continuopartijen hiervoor bestemde. De huidige musiceerpraktijk laat wel zien dat in Händels werken en ook in vele andere composities de grens tussen orgel en clavecimbel als continuo-instrument bepaald niet duidelijk is aan te geven. De combinatie van beide klankkleuren is echter wel uniek. Men kan zich afvragen in hoeverre juist daarmee gemusiceerd werd. Zo dient een typisch clavecimbeltrekje als het arpeggieren van samenklanken in combinatie met het orgel m.i. opnieuw doordacht te worden voordat dit zinvol kan worden toegepast.
De oude claviorgana beschikten zonder uitzondering over twee of meer klavieren. Daarmee werd de mogelijkheid geboden om met twee handen gelijktijdig verschillende klankkleuren te realiseren.
Wanneer de rechterhand met enkele fluiten het orgel bespeelt en de linkerhand op het clavecimbel begeleidt, kan de suggestie gewekt worden van een klein ensemble, vooral als de linkerhand gekoppeld wordt aan het orgel. Het ontbreken van cello of gamba wordt zo gecompenseerd door de langklinkende bastonen. Bij een dergelijke ‘bezetting’ kan de speler het aanwezige publiek verbaasd doen staan over de exacte timing door de verschillende ‘leden’ van het ensemble…

Voordat het zover komt moeten echter wel een aantal praktische problemen opgelost worden:
Allereerst zorgt de omvang van het instrument voor de nodige beperkingen wat betreft het vervoer. Een clavecimbel kan desnoods nog een zoldertrapje opgedragen worden, maar een orgel, indien gebouwd in de vorm van een clavecimbel, moet grotendeels gedemonteerd worden.
Nadat het claviorganum gestemd is, wat afhankelijk van het aantal registers behoorlijk tijdrovend kan zijn, ontstaat er een nieuw probleem: een geringe verandering van luchtvochtigheid en temperatuur resulteert in een tegengesteld reageren van clavecimbel en orgel waardoor de combinatie onbruikbaar wordt.
Het claviorganum dient dus eigenlijk definitief in een grote ruimte opgesteld te worden, waar weersinvloeden niet merkbaar zijn, waar publieke belangstelling nauwelijks klimaatveranderingen teweeg brengt en waar toch geregeld gemusiceerd kan worden.
Slechts een enkele welgestelde koopman of muziekminnende vorst kon zich in de 17e of 18e eeuw een claviorganum permiteren.
Het bekendste oude claviorganum is dat van Kirckman en Schnetzler uit 1745, thans in privebezit.
Hugo van Emmerik bouwde in 1985 een claviorganum, door hemzelf ‘clavecimbel-met-orgel-in-de-voet’ genoemd.
Dit claviorganum is in een belangrijk opzicht afwijkend van de oude voorbeelden: het heeft slechts 1 klavier en is daardoor juist nog meer een synthese van orgel en clavecimbel.

(Bovenstaande gegevens komen uit een artikel dat verscheen in november 2002 in Het Clavecimbel, het tijdschrift van de SCGN. Hierin vindt u ook een lijst van alle nog overgebleven oude claviorgana. Verder biedt dit blad veel informatie over andere bijzondere toetsinstrumenten, zie hiervoor verder de website van de SCGN.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.