Die Kunst der Fuge en de canon-code

Die Kunst der Fuge (KF) van J.S.Bach en de canon-code  in 3 stellingen:

  1. Het handschrift van Die Kunst der Fuge (Mus. Ms. P200, met drie bijlagen, Staatsbibliotheek Berlijn) bevat een voltooide cyclus van veertien delen.
  2. In de door Bach gegeven oplossingen van de beide canon-raadsels zijn veertien codes verborgen waarmee deze cyclus nauwkeurig wordt gedefinieerd.
  3. Een uitvoering van deze veertiendelige cyclus heeft geen aanvullende hypothesen nodig om geloofwaardig te zijn.
Samenvatting:

Het KF-handschrift P200 bevat twee canons (XI en XII) die éénstemming (dus als raadsel) en tweestemmig (dus opgelost) genoteerd zijn. Echter, beide notaties zijn niet exact hetzelfde. Er zijn kleine, vaak onhoorbare verschillen in afwijkende notenwaarden en versieringen. Hierdoor wordt de lezer van het handschrift uitgedaagd om naar een zinvolle verklaring te zoeken. Deze verklaring is dat de betekenis van ‘canon’ door Bach letterlijk is toegepast in de zin van ‘maatstaf’ of ‘meetriet’. Met de noten die juist wèl exact overeenkomen in beide notaties wordt het aantal maten gemeten van de gehele cyclus van veertien delen (twaalf fuga’s en twee canons). Daarnaast geven de Latijnse en Griekse opschriften boven de canons bij een letterlijke vertaling dezelfde betekenis aan de betreffende canon als meetinstrument. Tot nu toe zijn hiermee veertien codes gevonden. Daaruit moet geconcludeerd worden dat de gangbare theorie over een eerdere versie van de KF, bestaande uit slechts twaalf delen, niet langer houdbaar is.
De gedrukte KF-versie van 1751 blijft in de 21e eeuw nog steeds omgeven door vele vraagtekens en elkaar bestrijdende hypothesen. Een uitvoering van die Kunst der Fuge volgens het handschrift is dan ook verre te verkiezen boven een uitvoering die zich baseert op allerlei subjectieve opvattingen omtrent Bach’s eventuele bedoelingen met de gedrukte versie.

Summary:
The Art of Fugue manuscript contains two canons, each written on one staff and two staves. However, both notations are not the same. There are little (often very subtle) differences in note values and embellishments. This challenges the reader of the manuscript to look for a meaningful explanation. The explanation is that Bach used the literal meaning of ‘canon’ in the sense of a measuring reed. The notes that do correspond exactly in both notations measure the number of bars of the entire cycle of fourteen parts (the twelve fugues and two canons).
Furthermore the Latin and Greek titles of the canons, when translated literally, emphasize the use of the canon to count the bars of the whole cycle. So far fourteen codes have been found, which justify the conclusion that the former theory, which states that the cycle consists of twelve parts, must be rejected. Therefore a performance of the Art of Fugue according to the manuscript is far preferable to a performance based on the incomplete printed version which still remains subject to much controversy.

KF.scgn2016 (gepubliceerd in het Clavecimbel, jaargang 23, herfst 2016)

KF2019.08 Die Kunst der Fuge en de canon-code in P200.

KF2019.04 2 Rätselkanons und 14 Auflösungen: ein Kanon-Kode (vertaling: Sarah Aßmann)