CD’s bestellen

Stuur een bericht naar hevanzonneveld[at]gmail.com met de nummers van de gewenste CD’s. U ontvangt dan een nota en na betaling het pakket via PostNL bij u thuis.
Met afhalen in Hilversum (Javalaan 31) bespaart u verzendkosten!
NB: CD 7 + een andere CD = € 20

CD 1: Orgels in Hilversum € 10

Lutherse Kerk, Weidtmann-orgel
1 J.P. Sweelinck Mein junges Leben hat ein End’
2 H. Speuy Vader ons in hemelrijck
3 J.J. Froberger Toccata XXI
Oudkatholieke Kerk, Bätz-orgel
4 A. v. Noordt Psalm 116
5 J.S. Bach Herzliebster Jesu
6 J.S. Bach Herr Gott, nun schleuß den Himmel auf
St. Vitus Kerk, Van den Brink/Vermeulen-orgel
7 J.S. Bach Jesu meine Freude
8 J.S. Bach 0 Lamm Gottes unschuldig
9 N. Bruhns Prelude in e
Oudkatholieke Kerk, Bates-koororgel
10 J. Haydn Flötenuhr 1792 (12 delen)
Grote Kerk, Rütter-orgel
11 L.C. Daquin Noël Etranger
12 L.c. Daquin Noël Suisse

CD 2: Die Kunst der Fuga – J.S.Bach € 10

Integrale opname van de handschriftversie (ca. 1746) van Die Kunst der Fuge (BWV 1080), gespeeld op een zg. claviorganum, een synthese van clavecimbel en orgel. Het instrument werd in 1985 gebouwd door Hugo van Emmerik als eerste nieuwgebouwd claviorganum sinds de 18e eeuw.

CD 3: Claviorganum € 10

Werken van Bach, Huygens, Schrijver en Kuhnau door Bas Ramselaar, bariton en Henk van Zonneveld, claviorganum. De werken van J.S.Bach zijn een aanvulling op de CD ‘Die Kunst der Fuga’.  De zg. onvoltooide fuga is hier te beluisteren in een voltooide versie van Theo Nederpelt uit Zeist.

 

1. C.Huygens: 3 Psalmen uit Pathodia sacra et profana occupati
Psalm 51: Iniquietatem meam…
Psalm 30: Averti faciem…
Psalm 30: Domine Deus meus, clamavi…
2. J.S.Bach: Verschiedene Canones, BWV 1087                                               (aanhangsel bij Bach’s  handschrift van de Goldbergvariaties)
3. R.Schrijver: 3 Psalmen
Psalm 51: Uit naren angst…
Psalm 28: Gelijk een rots…
Psalm 17: Het ranke schip…
4. J.S.Bach/T.Nederpelt: Fuga a 3 sogetti, BWV 1080/19
5. J.Kuhnau: Der Streit zwischen David und Goliath

CD 4: Voor Friedemann € 10

Clavecimbel- en Orgelwerken van J.S.Bach, gespeeld door Henk van Zonneveld.

 

Vader Bach stelde voor zijn oudste zoon Wilhelm Friedemann in 1720 een Klavierbüchlein samen met kleine stukjes voor clavecimbel. De meeste hiervan componeerde Bach zelf, enkele werken nam hij over van gerespecteerde tijdgenoten. Het zo ontstane boekje moest Wilhelm Friedemann studiemateriaal verschaffen om zich te ontwikkelen tot een vaardig klavierspeler. Het boekje begint met een uitleg van het notenschrift, de sleutels en de versieringstekens. Bij de Applicatio (= vingerzetting) en de Praeambulum in g noteerde Bach uitvoerig de gewenste vingerzetting, waardoor het leerstellig karakter verder wordt onderstreept. Ook nu nog worden delen hiervan gebruikt voor het klavieronderwijs, zowel op piano, clavecimbel als orgel. Het heeft in de loop van 3 eeuwen zijn nut dus ruimschoots bewezen.
Behalve de kleine Preludes bevat het Klavierbüchlein vroege versies van de 2-stemmige Inventionen, korte composities over kleine ‘inventies’ of invallen die in beide stemmen worden uitgewerkt. De volgorde van de toonsoorten is niet zoals in de latere versie telkens een (halve) toon hoger, maar eerder didactisch opgezet van eenvoudig naar steeds meer gecompliceerd.

De koraalvoorspelen uit het Orgelbüchlein dateren al van omstreeks 1708, dus nog voordat Friedemann was geboren.  Dat hij ook hiermee werd opgevoed is zeer waarschijnlijk, maar een uitvoering in huize Bach zal toch vaak op clavecimbel hebben moeten plaatsvinden. Dat betekende dan wat behelpen met de pedaalpartij. Regelmatige studie-uurtjes in de Leipziger kerken zullen zeker op het muziekmenu van Friedemann gestaan hebben, want de pedaalpartijen van deze koralen zijn zodanig gecomponeerd dat een beginnende organist deze heel goed als oefenmateriaal kan gebruiken. Bach’s voorwoord wijst in ieder geval in die richting.
Ook de zes Triosonates zijn waarschijnlijk voor Friedemann gecomponeerd, maar daarvoor moest hij nog een aantal jaren doorleren. Toen deze Sonates klaar waren was Friedemann inmiddels 18 jaar oud, een redelijke leeftijd om deze muziek onder de knie te gaan krijgen, gezien de vereiste beenlengte voor het pedaalspel.
Deze CD geeft zo een indruk van de muzikale ontwikkeling van Wilhelm Friedemann en noopt misschien tot extra studeren om langs dezelfde weg naar een hoger doel te streven.

‘Rosanna’ is een Italiaans clavecimbel, in 1981 gebouwd door Hugo van Emmerik. Het is geen copie van een bestaand instrument, maar een eigen ontwerp met uitbundige versieringen in tropische houtsoorten en parelmoer.
De besnaring van beide 8-voetsregisters is van messing.

Applicatio, BWV 994
Praeambulum in C, BWV 924
Wer nur den lieben Gott lässt walten, BWV 691
Praeludium in d, BWV 926
Praeambulum in F, BWV 927
Praeambulum in g, BWV 930
Praeludium in F, BWV 928
Praeludium in C, BWV 924a
Praeludium in D, BWV 925
Praeludium in a, BWV 931
Fuge a 3 in C, BWV 953

‘Johanna’, ook gebouwd door Hugo van Emmerik, is een exacte kopie (behalve de beschildering van zangbodem en deksel) van het Johannes Dulcken clavecimbel uit 1747 dat in museum Het Vleeshuis te Antwerpen wordt bewaard. Johanna werd ‘geboren’ in 1975, heeft 2 achtvoetsregisters waarvan één met luit, en 1 viervoet.

Praeambulum I a 2 in C, BWV 772
Praeambulum II in d, BWV 775
Praeambulum III in e, BWV 778
Praeambulum IV in F, BWV 779
Praeambulum V in G, BWV 781
Praeambulum VI in a, BWV 784
Praeambulum VII in b, BWV 786
Praeambulum VIII in Bes, BWV 785
Praeambulum IX in A, BWV 783
Praeambulum X in g, BWV 782
Praeambulum XI in f, BWV 780
Praeambulum XII in E, BWV 777
Praeambulum XIII in Es, BWV 776
Praeambulum XIV in D, BWV 774
Praeambulum XV in c, BWV 773

‘Sebastiaan’ is gebouwd door René Nijsse naar een voorbeeld van het huisorgel van Jean Telder in Soest.
De dispositie luidt:
manuaal I:   C-f”’ gedekt 8′, prestant 4′, roerfluit 4′ (transmissie II), regaal 8′
manuaal II: C-f”’ holpijp 8′, roerfluit 4′, nasard 2 2/3′ (C – B 1 1/3′), octaaf 2′
pedaal:       C – d’ aangehangen; te koppelen aan manuaal I en II
manuaalkoppel, bas en discant

Dies sind die heilgen zehn Gebot, BWV 635
Vater unser im Himmelreich, BWV 636
Durch Adams Fall ist gantz verderbt, BWV 637
Es ist das Heyl uns kommen her, BWV 638
Ich ruf zu dir, Herr Jesu Christ, BWV 639
In dich hab ich gehoffet, Herr,   BWV 640
Wenn wir in höchsten Nöthen seyn,   BWV 641
Wer nur den lieben Gott lässt walten,   BWV 642
Alle Menschen müssen sterben, BWV 643
Ach wie flüchtig! Ach wie nichtig!,   BWV 644
Triosonate III in d, BWV 527 (Andante, Adagio e dolce, Vivace)

CD 5: Muselaer € 10

De muselaer op deze CD is een kopie van een instrument uit 1643. Het origineel is gebouwd door Andreas Ruckers en eigendom van het Rijksmuseum in Amsterdam. Het bevindt zich in de kelders van het Haags Gemeentemuseum en is helaas onbespeelbaar. Veel onderdelen zijn verdwenen en zowel de kast als de zangbodem zijn in slechte staat.
De kopie is gebouwd in 2010 door Boudewijn Verhoef, clavecimbelbouwer te Gorinchem en heeft een omvang van C tot c3, is voorzien van een transpositie klavier en staat voor deze opname in middentoonstemming.
Sweelinck: Ick voer al over Rijn; Psalm 5; Psalm 23; Ricercare
Byrd: Pavana canon; Fantasia Ut Mi Re
Philips: Pavana 1580
Bull: Dr Bull’s Jewell; In Nomine
Speuy: Psalm 40; Psalm 5
Van Solt manuscript: Brande champagne: Quarde pavane & gailiarde
Anoniem: Wilhelmus

CD 6: Triosonates van J.S. Bach € 10

Barbara Erdner, barokviool & Henk van Zonneveld, kabinetorgel en clavecimbel

 

Sonata V (BWV 529)
Sonata I (BWV 525)
Sonata II (BWV 526)
Sonata VI (BWV 530)
Sonata IV (BWV 528)

Een Triosonate in de tijd van J.S.Bach was een compositie voor vier spelers, bijvoorbeeld twee violen, cello en clavecimbel. De zes Orgelsonates schreef Bach voor slechts één speler, maar worden vooral de laatste decennia met allerlei bezettingen gespeeld. Voor een uitvoering door viool met orgel of clavecimbel zijn de volgende argumenten aan te voeren:
* Volgens Johann Nikolaus Forkel (1802) schreef Bach deze Sonates als oefenstof voor zijn oudste zoon Wilhelm Friedemann., wellicht als vervolg op het Klavierbüchlein uit 1720. Het is denkbaar dat Friedemann tijdens de lange winteravonden hiermee thuis werd bezig gehouden terwijl zijn vader de bovenste partij op viool speelde.  Een koude kerk is immers niet zo aanlokkelijk om uren achter elkaar te studeren, ook al staat daar een prachtig orgel.
* De eerste partij van alle Sonates kan zonder problemen op viool gespeeld worden, zonder het geheel te transponeren naar een andere toonsoort.
* De zes Sonates voor viool en obligaat clavecimbel (BWV 1014-1019) schreef Bach enkele jaren eerder; deze vorm van kamermuziek werd in huize Bach dus al langer gepraktiseerd.
Het eerste deel van de vierde Sonate is van vroeger datum: in de Cantate “Die Himmel erzählen die Ehre Gottes” uit 1723 (BWV 76) componeerde Bach een Sinfonia voor hobo d’amore, viola da gamba en continuo. Het Adagio e dolce uit de derde Sonate gebruikte hij als middendeel voor het Tripelconcert (BWV 1044) met toevoeging van een vierde partij. Verder zijn van enkele Sonatedelen vroegere versies bekend, zodat aannemelijk is dat Bach rond 1730 deze ‘leergang’ heeft samengesteld uit oud en nieuw materiaal en dit vervolgens in 1733 als definitieve versie aan zijn oudste zoon heeft meegegeven, waarschijnlijk in verband met diens sollicitatie naar een organistenpost in Dresden.

De Sonates I, II en IV werden opgenomen in de Koepelkerk van Purmerend met het Bätz-koororgel,  de Sonates V en VI in het Kleine Kerkje te Sleeuwijk met clavecimbel.

CD 7: Goldbergvariaties van J.S. Bach € 12,95

J.S. Bach: “Clavier Ubung bestehend in einer ARIA mit verschiedenen Veraenderungen vors Clavicimbal mit 2 Manualen” (1741)

Henk van Zonneveld, Moreau-orgel van de St. Janskerk, Gouda

Van de Goldbergvariaties van J.S. Bach bestaan vele honderden cd-registraties op klavecimbel en piano. Opnamen op orgel zijn veel zeldzamer en ook extra bijzonder, omdat ze een ander licht werpen op dit meesterwerk. Om te beginnen is het orgel, evenals de piano, natuurlijk niet het instrument waarvoor Bach zijn variaties schreef, dus daarmee kiest men eigenlijk al voor een ‘bewerking’. Met deze opname ben ik nog een stap verder gegaan: ook het notenbeeld is enigszins aangepast aan de nieuwe orgelomstandigheden. Dit vanuit de gedachte dat Bach de bewerkingen van zijn eigen muziek niet beperkte tot slechts een wijziging van het instrumentarium. Ook zijn de partituren door hem vaak zodanig veranderd, dat een optimale speelbaarheid mogelijk wordt in een nieuwe bezetting, zelfs als het solo-instrument een toetsinstrument is gebleven.
Men vergelijke bijvoorbeeld het derde deel van het klavecimbelconcert in E (BWV 1053) met het eerste deel van de cantate ‘Ich geh und suche mit Verlangen’ (BWV 49). Met de beschikbaarheid van het pedaal vond ik mogelijkheden voor een aanvullende baspartij in de variaties 1, 5, 8, 10, 16 en 19. Waar de oorspronkelijke baspartij te beweeglijk is om comfortabel op pedaal te realiseren, heb ik het notenbeeld iets vereenvoudigd in de variaties 3, 6, 9, 12, 16, 21 en 24. De canons heb ik meestal als trio’s opgevat, dus met drie verschillende registraties, zodat de afzonderlijke stemmen juist beter zijn te onderscheiden dan op het klavecimbel.
In de aria en in de variaties 13 en 25 heb ik de versierde bovenstem voor de linkerhand als tenor gespeeld, dus ‘en taille’, met aanvullende harmonisaties in de rechterhand en het pedaal.
De variaties 4, 10, 16, 22, 29 en 30 speel ik met herhalingen in diverse plenumregistraties om zo wat evenwicht te creëren met de kleiner geregistreerde overige delen. De mogelijkheden van een barokorgel met drie klavieren en pedaal zijn natuurlijk onuitputtelijk. Ik heb geprobeerd om de registraties enigszins te kiezen volgens de tradities van de grote Franse orgelcomponisten uit de 18e eeuw.